snoezelen
Snoezelen
Wat is snoezelen?
Snoezelen is het creëren van een veilig leefklimaat, en het teweegbrengen van gevoelens van eigenwaarde, ontspanning en rust bij patiënten. Evenals bij de validerende benadering staat bij snoezelen de innerlijke leefwereld van de patiënt centraal, waarbij zij niet gecorrigeerd worden. Met andere woorden: deze mensen mogen patiënt zijn, en worden in hun waarde gelaten. Het karakteristieke van snoezelen is dat er een specifiek appèl wordt gedaan op zintuiglijke waarnemingen: mensen worden via het selectief prikkelen van zintuigen in de gelegenheid gesteld hun emoties en gevoelens (in het bijzonder gevoelens van genegenheid en tederheid) te uiten. Het uiteindelijke doel van snoezelen is het optimaliseren van gevoelens van algemeen welbevinden van iedere individuele patiënt.
Theoretische uitgangspunten
Het begrip snoezelen is ontstaan in de zwakzinnigenzorg waar verbale contacten nauwelijks of niet mogelijk zijn. Twee jongens, die in een Nederlandse instelling voor zwakzinnigen binnen de afdeling 'ontspanning' hun vervangende dienstplicht deden, bedachten de term snoezelen. In feite is het een samentrekking van de woorden snuffelen, snoezen en doezen. Deze woorden duiden op een globaal sfeerbeeld: een rustige gedempte atmosfeer (een schemerige, sfeervolle verlichte ruimte, waar zachte muziek klinkt) waarin allerlei materialen zijn die de zintuigen kunnen stimuleren. Snoezelen wordt ook wel gedefinieerd als 'primaire activering'. Dit betekent 'het in gang zetten' (activering) van de eerst ontstane voornaamste zintuigen (primair) zoals het ruiken, het gehoor, gezicht, de reuk, smaak en tast. Een voor de hand liggende reden voor het ontstaan van snoezelen is het gevoel van onmacht bij verzorgenden ten gevolge van de beperkte communicatie met de patiënt. Deze gevoelens van onmacht overheersten in de zorg voor de patiënt totdat men ontdekte dat het gestructureerd prikkelen van zintuigen concrete aanknopingspunten biedt voor het aanbieden van activiteiten en het leggen van contact met de zwakzinnige mens.
"snoezelen bevordert een dialoog tussen hulpverlener, omgeving en patiënt, zodat een sfeer van veiligheid en geborgenheid wordt gecreëerd en gedrag positief beïnvloed wordt."
Wijze van toepassen
Snoezelen kan zowel individueel als groepsgewijs aangeboden worden. Bij de individuele benadering vindt snoezelen als onderdeel van een andere activiteit plaats. Als een patiënt bijvoorbeeld dagelijks verzorgd wordt dan kan een snoezenactiviteit
ingebouwd worden door hem / haar te laten ruiken aan de zeep en andere lekkere geuren aan te bieden. Door mee te gaan in de beleving van de patiënt ontstaat er een band en een wederzijds vertrouwen. Bij de groepsbenadering wordt met name snoezelen als doelgerichte activiteit toegepast. Deze primaire vorm van snoezelen vindt plaats in een snoezelruimte. De snoezelruimte kenmerkt zich door een rustige, gedempte atmosfeer, die wordt bereikt met lichteffecten, kleuren en zachte muziek. In deze ruimte zijn materialen aanwezig die zintuigprikkeling stimuleren. Dit houdt in dat een uitdrukkelijk beroep gedaan wordt op het ruiken, proeven, kijken, voelen en horen. Om te ruiken zijn er parfums, bloemen, wierook, fruit etc aanwezig. Om te proeven zijn er koekjes, verschillende soorten drankjes en snoepgoed. Om te kijken zijn er lampen die verschillende lichteffecten kunnen geven, er zijn spiegels en andere glinsterende en gekleurde voorwerpen. Om te voelen zijn er voelkussens, knuffels, poppen, sop, zand, scheerschuim etc. aanwezig. Om te horen is er een geluidsinstallatie aanwezig waarmee allerlei muziek afgedraaid kan worden. Voor iedere individuele bewoner is het van belang een activiteitenplan te maken waarin duidelijk aangegeven wordt op welke manier, met welk materiaal en hoe lang de activiteit wordt uitgevoerd.
Om zo systematisch mogelijk aan het werk te gaan kunnen de volgende stappen ondernomen worden:
1-Het in kaart brengen van levensloopgegevens en achtergrondgegevens van de patiënt.
2-Het in kaart brengen van recente gegevens over het psychosociaal en fysiek functioneren. 3-Het formuleren van een probleemstelling.
4-Het opstellen van een activiteitenplan.
5-Observatie van reacties van bewoners op geformuleerde snoezelactiviteiten.
6-Het evalueren en het bijstellen van het activiteitenplan.
7-Opnemen van facetten van snoezelen in het verpleegplan: integratie in dagelijkse zorg.
Het bovenstaande maakt duidelijk dat het principe snoezelen niet statisch is, maar procesmatig waarin terugkoppelingsmomenten zijn ( bijvoorbeeld na observatie) en, indien nodig, het activiteitenprogramma aangepast wordt. De rol van de begeleiders is ten dele actief: het signaleren, het aanreiken van middelen, en
het bezighouden, maar ook ten dele passief: de patiënt met het materiaal bezig laten.
De bij de zorg betrokken hulpverleners
Snoezelen wordt met name gedaan door activiteitenbegeleiders, verzorgenden en verpleegkundigen.
Mooi voorbeeld van een mooie snoezelruimte vindt u in het filmpje hieronder :
Laatst aangepast (zondag, 11 oktober 2009 07:46)
Snoezelen










